Afgelopen zaterdag kwamen we met de toekomstig stadsboeren en ondernemers van Voedselpark Amsterdam, leden van het kernteam en bodemexperts samen in de Lutkemeerpolder. Reden van deze bijeenkomst was dat we op dit moment werken aan een plan om de bodem te regenereren.
Het plan: eerst voeden, dan oogsten
Het plan is dat de kavel aan het einde van de zomer wordt ingezaaid met een groenbemester. Geen gewas voor de oogst, maar een gewas voor de grond. Zo wordt de bodem alvast voorbereid op de toekomstige voedselproductie, nog voordat er één plant voor consumptie de grond in gaat.
Wat dat precies betekent, en waarom het zo’n fundamentele stap is, leggen we uit in dit artikel.
De kavel en haar geschiedenis
De vruchtbare zeekleibodem is een van de grote kwaliteiten van dit bijzondere gebied. Op de kavel waar Voedselpark Amsterdam gaat starten, willen we werken volgens regeneratieve principes: landbouw die de bodem niet uitput, maar juist versterkt. Dat begint met luisteren naar wie het gebied al kent. De huidige pachter deelde zijn jarenlange kennis over het land: van waterstanden en humuslagen tot pH-waardes en de plekken waar de bodem het meest geschikt is voor teelt. Ook de rol van de ganzen en andere dieren kwam uitgebreid aan bod, een herinnering dat dit stuk land al een eigen ecosysteem heeft, lang voordat er iets wordt ingezaaid.
Niet om te oogsten. Om de bodem te voeden.
Groenbemesters zijn een mix van planten uit verschillende families, speciaal samengesteld om het leven in de bodem te bevorderen.
Hoe ze echt werken
Deze planten halen CO2 uit de lucht via fotosynthese en pompen dit rechtstreeks de grond in als organische stoffen: vloeibare suikers die door hun wortels worden afgegeven. Die suikers voeden de bodemmicro-organismen. In ruil daarvoor ontsluiten de microben voedingsstoffen en bouwen ze echte vruchtbaarheid op voor het gewas dat daarna komt.
Het is een ondergrondse uitruilactie, een principe dat ouder is dan de landbouw zelf. De plant betaalt in suiker. De bodem betaalt terug in leven.
Waarom diversiteit belangrijk is
Wanneer groenbemestermixen worden ontworpen, wordt er vaak veel verder gegaan dan één of twee soorten. Denk aan vijf verschillende plantenfamilies, tot wel twaalf soorten in één mix.
Waarom? Omdat elke soort anders wortelt. Sommige gaan diep en breken verdichting. Sommige verspreiden zich breed en houden de bovengrond vast. Sommige binden stikstof uit de lucht. Samen bouwen ze structuur, vruchtbaarheid en leven op, op elke diepte tegelijk.
Eén plant voedt één soort microbe. Twaalf planten voeden een hele ondergrondse economie.
Je herstelt de bodem niet door meer inputs toe te voegen. Je herstelt hem door een levend systeem te geven wat het nodig heeft om zichzelf te herstellen.
Terug naar de Lutkemeerpolder
Precies dat principe komt straks samen op de kavel van Voedselpark Amsterdam. Alles wat er die zaterdag werd gedeeld, van waterstanden tot ganzen, is onderdeel van hetzelfde levende systeem dat straks niet begint bij de eerste oogst, maar bij de eerste groenbemester.
De bijeenkomst was georganiseerd door Catherina Giskes. Onder het genot van heerlijke soep en een pruimentaart met pruimen uit de Lutkemeerpolder was er volop ruimte voor kennisuitwisseling en elkaar beter leren kennen.

